Wil je dat jouw website, app of ander digitaal product voor iedereen bruikbaar is? Dan is digitale toegankelijkheid essentieel. Door hier aandacht aan te besteden, zorg je niet alleen dat mensen met een beperking moeiteloos gebruik kunnen maken van jouw platform, maar verbeter je tegelijkertijd de algehele gebruiksvriendelijkheid en leesbaarheid.
In deze blog leggen we uit wat digitale toegankelijkheid inhoudt, welke regels en richtlijnen er gelden (zoals de WCAG), en hoe bedrijven en publieke organisaties hieraan moeten voldoen.
Wat is digitale toegankelijkheid?
Digitale toegankelijkheid, of digitoegankelijkheid, betekent dat websites, apps en andere digitale diensten zo worden ontworpen dat ze voor iedereen goed te gebruiken zijn – ook voor mensen met een visuele, auditieve, motorische of cognitieve beperking.
Dit betekent bijvoorbeeld:
✅ Duidelijke en begrijpelijke teksten, ook voor mensen die moeite hebben met lezen of Nederlands als tweede taal hebben.
✅ Ondertiteling bij video’s, zodat doven en slechthorenden de inhoud kunnen volgen.
✅ Grote knoppen en eenvoudige navigatie, wat helpt bij visuele beperkingen of motorische uitdagingen.
✅ Alternatieve tekst bij afbeeldingen, zodat schermlezers de inhoud kunnen beschrijven.
Toegankelijkheid binnen de overheid
Voor overheidsinstanties is digitale toegankelijkheid niet alleen wenselijk, maar ook verplicht. De Wet digitale overheid (Wdo) stelt eisen aan websites en apps van (semi-)overheden, die zijn vastgelegd in het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
Deze wetgeving is gebaseerd op de Europese norm EN 301 549, die in Nederland bekendstaat als Digitoegankelijkheid. Hierin worden toegankelijkheidseisen vastgesteld, die op hun beurt verwijzen naar de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG).
Toegankelijkheid binnen het bedrijfsleven
Ook voor bedrijven wordt digitale toegankelijkheid steeds belangrijker, mede door de komst van de European Accessibility Act (EAA). Deze Europese richtlijn, die uiterlijk in juni 2025 in nationale wetgeving moet zijn omgezet, verplicht bedrijven om hun digitale producten en diensten toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Denk hierbij aan websites, mobiele apps, e-commerceplatforms, elektronische communicatie, en zelfs betaalautomaten. Voor veel organisaties betekent dit dat toegankelijkheid niet langer een vrijwillige inspanning is, maar een wettelijke vereiste. Bedrijven doen er goed aan om tijdig maatregelen te nemen om aan deze nieuwe eisen te voldoen, zowel om boetes te voorkomen als om inclusieve dienstverlening te bieden aan een bredere doelgroep.
Wat zijn de WCAG?
De WCAG-richtlijnen zijn internationale standaarden die digitale toegankelijkheid definiëren. Ze bestaan uit drie niveaus:
Niveau A – Basisvereisten voor minimale toegankelijkheid.
Niveau AA – De meest gangbare standaard, die een goede balans biedt tussen toegankelijkheid en uitvoerbaarheid.
Niveau AAA – De strengste eisen voor maximale toegankelijkheid.
De WCAG wordt regelmatig bijgewerkt. De nieuwste versie, WCAG 2.2, is op 5 oktober 2023 gepubliceerd en bouwt voort op WCAG 2.1.
De 4 principes van WCAG
De WCAG is gebaseerd op vier kernprincipes:
Waarneembaar – Informatie en interface-elementen moeten zichtbaar en hoorbaar zijn, ook voor gebruikers met hulpmiddelen zoals schermlezers.
Bedienbaar – Iedereen moet de interface gemakkelijk kunnen gebruiken, ongeacht fysieke of motorische beperkingen.
Begrijpelijk – De inhoud moet logisch en helder zijn, zodat gebruikers geen moeite hebben met navigatie of taalgebruik.
Robuust – Digitale content moet goed functioneren op verschillende apparaten en compatibel zijn met technologieën zoals spraaksoftware.
Wil je meer weten over hoe je digitale toegankelijkheid toepast en wat dit betekent voor jouw website of app? Lees dan onze blog over de vier principes van WCAG.